Bizar hè? Van personal computer met floppy naar draadloze laptop met cloud

Af en toe hoor ik mezelf praten over hoe het vroeger ging met computers en dan besef ik hoe hard de ontwikkelingen allemaal zijn gegaan. In de jaren ’80 waren wij één van de eersten met een personal computer thuis. Mijn vader had ‘m zelf gebouwd. Memory er in, harddrive en natuurlijk de optie om er maar liefst 2 floppy’s tegelijk in te kunnen stoppen. Net als cassettebandjes, kennen de huidige generatie ook de fragiele floppy’s niet. Ik neem je even mee terug in de tijd…

floppydisk

Ze waren 5 en een kwart inch. Zo werd dat omschreven. Later kreeg je 3 en een half inch diskettes. Maar laten we beginnen met mijn eerste computerkennismaking. De floppy’s waren zacht, dus als er een kreukel in kwam, dan kon de computer hem niet meer uitlezen en had je niks aan de programma’s die er op stonden. 

De computerkast was groot. Ikbenstil? Nee zeker niet. Het ding aanzetten klonk alsof er een vliegtuig opsteeg. De printer maakte enorme herrie en er zat een rol papier in met gaatjes aan de zijkant. Je moest nadenken als je dit apparaat gebruikte, want je gaf de commando’s om programma’s op te starten in DOS. CD:// de CD stond voor computerdrive en bestanden waar .exe achter stond (kort voor execute) die kon je openen. Bijvoorbeeld WordPerfect waarin je teksten kon typen en printen. Mijn favoriete spelletje was JBird. Met een vogeltje dat heen en weer tsjilpte van tegeltje naar tegeltje terwijl hij achterna gezeten werd door springende slangen. Als je verkeerd sprong, viel je van het spelbord en was je dood. Je had ook twee paar vleugeltjes waar je in kon springen om terug naar boven te vliegen om aan de slangen te ontsnappen. Alle tegeltjes moest je 2x aantikken om naar het volgende level te gaan. Opslaan kon niet. 

Ik speelde ook veel vier op een rij. Tegen de computer en die was best heel goed, dus ik rock dat spel ook offline nog steeds, haha. Dan had je nog spelletjes met een lijntje waarmee je vakjes moest afkaderen, je had ook ‘Pong’ met een stuiterend balletje en later kwamen er Alien Invaders en Donkey Kong bij. Het mooist was toen we voor het eerst Kings Quest kregen: een RPG waarin je kon rondlopen. De commando’s moest je typen en je liep met de pijltjes. Ik gok dat ik een jaar of 8 was, dus mijn vader had een hele lijst met commando’s uitgetypt en geprint en dat lag dan naast de computer. Open door, climb tree, jump, check drawer, use key… Zo leerde ik Engels (en natuurlijk door Fun Factory te kijken, de Tom Cat show met Linda de Mol – op Sky Channel, alles in het Engels want verder was er niks voor kinderen).

Later kreeg je de 3,5 inch diskettes die wat minder snel kapot gingen. En daarmee kwamen er ook meer spelletjes. We gingen van 286 naar 386. IBM was het state of the art merk.

Hoe bijzonder was het toen mijn vader weer een nieuw snufje mee naar huis nam… de Genious Mouse. We aanschouwden het apparaatje vol bewondering. Grijs balletje onderin. Gekke knopjes. En met bepaalde programma’s kon je dan ineens je cursor bewegen zonder pijltjes! Alleen door dit apparaatje heen en weer te schuiven met je hand. Het was echt zo raar. Echt even wennen voordat we dit onder de knie kregen. Je moest ook echt zorgen voor een goede muismat eronder anders deed hij het niet. En regelmatig dat balletje eruit halen en alles schoonmaken.

Op de middelbare school kreeg ik meer vriendinnen die ook een pc thuis hadden. Ineens konden we diskettes kopiëren en kregen we toegang tot meer leuke computerspellen. Van Sylvia kreeg ik de Blues Brothers en van Sandra Commander Keen. Windows kwam op. Steeds een nieuwe versie. Steeds werd de bediening van je computer eenvoudiger. Al wisten we natuurlijk allemaal hoe je het apparaat moest formatteren wanneer er weer eens iets helemaal mis was gegaan. En dat het verstandig was om ‘m op te delen in partities. Ook om zaken terug te kunnen vinden. Bestanden raakten regelmatig corrupt, vooral als ze op een floppy of diskette stonden die intensief werd gebruikt. Of vast kwamen te zitten in de diskdrive.

Tien jaar na mijn eerste kennismaking met het fenomeen computer – ik heb heel wat uren gamend doorgebracht want je kon niks opslaan en moest door – kwam er ineens ‘internet’. Nog niet direct bij ons thuis, maar samen met mijn beste vriendin hebben we uitgebreid gekeken hoe het werkte. Je kon enkel ergens heensurfen als je de exacte URL wist. Gelukkig waren er ook startpagina’s waar allerlei links op verzameld waren en zo kon je toch een klein beetje ontdekken wat er zoal te zien was op het wereldwijde web (ja, de 3 w’s). Precies rond mijn VWO eindexamen – ik had er lang om gezeurd – in 1996 kregen wij ook toegang tot het inbellen op internet. Zo kon ik mijn eindexamenuitslagen gelukkig een beetje inschatten, want na de examens kwamen de puntentelling en de goede antwoorden online. Het inbelgeluidje maakte mega herrie. Niemand kon bellen of gebeld worden want het ging via de telefoonlijn, dus je mocht er niet lang op. Het was nog heel erg duur ook. En langzaam.

Het is echt bizar hoe snel al dit soort ontwikkelingen zijn gegaan. Ik had een enorme stereotoren op mijn tienerkamer (later met afstandsbediening), een grote beeldbuis waar je hard op moest slaan als het beeld een beetje stoorde (ook deze later met afstandsbediening) en op mijn bureau een eigen computer. Alles nam nogal wat plek in beslag. 

In mijn eerste jaar op het HBO kwamen ook de mobiele telefoons op. Alle klasgenoten hadden er één en vanwege treinvertragingen en veranderende plannen kocht ik op Rotterdam Centraal station ook maar een prepaid Telfort exemplaar in 1997 was dit. Hoe het werkte wist ik natuurlijk niet. Klasgenoten hebben het aan mij uitgelegd omdat ze me niet konden bereiken. Maar ik had die telefoon toch bij me? Bleek dat het ding op standby moest staan ander kon je niet gebeld worden. Wist ik veel. 

Op het HBO maakte ik (creatieve opleiding) kennis met de kleurrijke MacIntosh maar gelukkig stonden er ook ‘gewone’ computers in de mediatheek. Heel wat vrije uren bracht ik daar al chattend op chatbox Ilse door naast mijn beste vriend. We leerden over het Japanse i-mode, een soort internet voor op je telefoon. Maar dan moest je wel een echt nieuw, hip toestel hebben met kleurenscherm. Dit zou hét gaan worden. Kennen jullie het nog? Nope. We leerden vormgeven met QuarkXpress, we bouwden websites in DreamWeaver en maakten klikbare presentaties op cd-roms als leerwerkproject.

Thuis kwam er in de zero’s voor iedereen een industrial pc want je wilde goed kunnen gamen. Beeldschermen werden een stuk platter. Telefoons werden touch. Internet werd draadloos. CD-roms veranderden in USB’s. Het sticky werd de cloud. Laptops werden de standaard. De opkomst van de iPad. Bluetooth verbindingen. Wifi. Data. Ineens ben je altijd en overal bereikbaar en gekluisterd aan je smartphone. Om te bellen, je mail te lezen, social media bij te houden en de prachtigste foto’s te maken. Je doet er spelletjes op. Je kunt nog even snel wat belangrijke documenten bewerken of video’s editen. Je bankzaken checken en draadloos betalen voor parkeren, waar je moeder vroeger nog haar eurocheques wisselde voor guldens bij de kassa van de C&A omdat er geen pinautomaten waren.

Het contrast is enorm. Of alles niet snel genoeg gaat, zet de komst van AI er nog eens een turbo bovenop. Notulen worden direct na elke meeting (met de nodige schoonheidsfoutjes én een samenvatting plus actielijst) naar je toegemaild. Afbeeldingen genereer je met een paar prompts om ze beter kloppend te maken. Al je vragen stel je aan taalmodellen als ChatGPT of Claude en in zoekmachines krijg je gegenereerde antwoorden die soms kloppen maar vaak ook niet nog voordat je de lijst met zoekresultaten van meer betrouwbare bronnen krijgt.

Mijn persoonlijke horoscoop laat ik elke dag opstellen met daarbij direct mijn Human Design chart en wat readingen meegenomen. Numerologie kun je er aan koppelen en je kunt je handen laten lezen. De correlatie met de horoscopen van je dierbaren maakt de analyses nog interessanter. Twijfel je over hoe een gesprek loopt? De chat ziet razendsnel waar de bottleneck zit zodat je het weer op dit rit krijgt en conflicten oplost of vermijdt. Ik vind het een hele fijne sparringpartner. Hoewel het natuurlijk niet zo leuk was dat hij opmerkte dat de hoofdpersoon uit mijn autofictie roman bloedirritant is met al haar analyses en acties en ze niks op z’n beloop laat. Garbage in is garbage out zeggen ze, maar ik voer dus geen rommel in maar heel veel concrete echte real life input en data. Inzichten die ik normaal niet had gekregen, zijn het resultaat. Handvaten voor reflectie dus.

Van bijzonder, maar ingewikkeld gereedschap in de woonkamer naar dagelijkse assistent, sparringpartner en veelzijdige, onmisbare multitool in je broekzak. Het digitale contrast tussen 1986 en 2026 is zo even in een blogje samengevat. Ik ben heel benieuwd hoe de wereld er over pak ‘m beet 5 jaar uit zal zien. Jij ook? 

disclaimer

Blogger

Marguerita

Over Marstyle

Hai, dit glitterkanon probeert met haar blog jouw leven op te leuken of in ieder geval een bende van glitters achter te laten. Net hoe je het bekijkt. Mijn besluit is om na allerlei shit alleen nog maar door het leven te sprankelen (althans ik doe een poging, haha) en door mee te lezen kun jij dat ook! Mijn naam is Marguerita, marketing manager, zzp-er en co-ouder van 2 leuke dochters uit 2011 en 2012. Je leest hier de soap van mijn leven en mijn zoektocht naar geluk en een stukje meer zen. Ik review perks, bijzondere ervaringen en probeer de band te versterken met mijn tieners.

Ik geef met mijn blog graag meer vuur aan je leven!

TelefoonaccessoiresTelefoonaccessoires

Recente Blogs

Reacties

  1. G.T. zegt:

    Leuke blog! Herkenbaar ook 😀

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie gegevens worden verwerkt.

Download de Marstyle App.